§ Text Max Havelaar

Om nu terug te komen op myn boek. Voor eenigen tyd kom ik 's avends door de Kalverstraat, en bleef staan kyken naar den winkel van een kruienier, die zich bezighield met het sorteeren van een partytje Java, ordinair, mooi-geel, Cheribonaard, iets gebroken, met veegsel, dat me zeer interesseerde, want ik let altyd op alles. Daar viel my op-eenmaal een heer in 't oog, die daarnaast voor een boekwinkel stond en me bekend voorkwam. Hy scheen ook my te herkennen, want onze blikken ontmoetten elkander gedurig. Ik moet betuigen dat ik te verdiept was in 't veegsel, om terstond optemerken, wat ik namelyk later zag, dat hy vry kaal in de kleeren stak. Anders had ik de zaak daarby gelaten. Maar op-eens schoot my de gedachte in, dat hy misschien reiziger was van een duitsch huis, die een solieden makelaar zocht. Hy had dan ook wel iets van een Duitscher, en van een reiziger ook. Hy was zeer blond, had blauwe oogen, en in houding en kleeding iets dat den vreemdeling verraadde. In-plaats van een behoorlyken winterjas, hing hem een soort van sjaal over den schouder—Frits zegt "shawl" maar dit doe ik niet—alsof hy zoo van de reis kwam. Ik meende een klant te zien, en gaf hem een adreskaartje: Last & Co, makelaars in koffi, Lauriergracht N° 37. Hy hield het by de gasvlam, en zeide: "ik dank u, maar ik heb me vergist. Ik dacht het genoegen te hebben een ouden schoolkameraad voor me te zien, maar … Last? Dit is de naam niet."

Search
Author(s)