§ Text Max Havelaar

't Is nog nauwlyks twee paar jaren Toen ik 't laatst op gindschen grond Zwygend aan den oever stond Om de toekomst in te staren… Toen ik 't schoone tot my riep Dat ik van de toekomst wachtte, En het heden stout verachtte, En my paradyzen schiep… Toen, door alle stoornis heen Die zich opdeed voor myn schreên, 't Hart zich koen een uitweg baande, En zich droomend zalig waande…

Search
Author(s)