'k Minde een meisje. Heel myn leven Scheen my door die liefde schoon. 'k Zag in haar een eerekroon, Als een eindloon van myn streven, My door God ten doel gegeven. Zalig door den reinen schat Die Zyn zorg my toegewogen, Die Zyn gunst geschonken had, Dankte ik met een traan in de oogen. Liefde was met godsdienst één… En 't gemoed dat opgetogen, Dankend opsteeg tot den Hoogen, Dankte en bad voor haar alleen!
Search
Author(s)
- Multatuli (auteur)