'k Ben hier vèr van wat het leven Ginds ons zoets en schoons kan geven En 't genot van de eerste jeugd, Vaak geroemd en hoog geprezen, Kan wel hier myn deel niet wezen: 't Eenzaam harte kent geen vreugd. Steil en doornig zyn myn paden, Onspoed drukt me diep ter-neer, En de last my opgeladen Knelt me, en doet het hart me zeer… Laat het slechts myn tranen tuigen, Als zoo menig moed'loos uur Me in den boezem der Natuur, 't Hoofd zoo treurig neer doet buigen…
Search
Author(s)
- Multatuli (auteur)