§ Text Max Havelaar

Ook zyn aandoeningen, zeide ik, waren jong gebleven. Hy kon spelen met een kind, en als een kind, en meermalen klaagde hy dat "kleine Max" nog te jong was om vliegers optelaten, omdat hy "de groote Max" daarvan zoveel hield. Met jongens sprong hy "haasjen-over" en hy teekende heel gaarne een patroon voor 't borduurwerk van de meisjes. Zelfs nam hy dezen meermalen de naald uit de hand, en vermaakte zich met dat werk, ofschoon hy dikwyls zei dat ze wel wat beters konden dan dat "machinale steken tellen." By jongelieden van achttien jaren was hy een jong student, die gaarne zyn Patriam canimus zong, of Gaudeamus igitur … ja, ik ben niet geheel zeker, dat hy niet nog zeer kort geleden, toen hy met verlof te Amsterdam was, een uithangbord heeft afgebroken, dat hem niet behaagde omdat er een neger op geschilderd was, geboeid aan de voeten van een Europeaan met een lange pyp in den mond, en waaronder natuurlyk te lezen stond: de rookende jonge koopman.

Search
Author(s)