Is er niet schaamte in uwe zielen, als de bewoner van Bandoeng[54] dat daar ten-oosten ligt, uwe streken bezoekt, en vraagt: "waar zyn de dorpen, en waar de landbouwers? En waarom hoor ik den gamlang niet, die blydschap spreekt met koperen mond, noch het gestamp der padie uwer dochters?"
Search
Author(s)
- Multatuli (auteur)