§ Text Max Havelaar

Daar de etikette niet toeliet den Djaksa een plaats aantebieden in tegenwoordigheid van den Regent, nam hy afscheid, en men was eenigen tyd by-een zonder iets aanteroeren dat betrekking had op den "dienst." Maar op-eenmaal—en dus in stryd met den zoo uitermate hoffelyken volksaard —vroeg de Regent of zekere gelden die de belasting-kollekteur te-goed had, niet konden worden uitbetaald?

Search
Author(s)