§ Text Max Havelaar

—Ik klaag niet gaarne iemand aan, wien ook, maar als 't moet, een Hoofd zoo goed als een ander. Doch van aanklagen is nu hier, goddank, nog geen spraak! Morgen ga ik den Regent bezoeken. Ik zal hem 't verkeerde van onwettige gezagsoefening onder 't oog brengen, vooral waar 't om de bezitting van arme menschen te doen is. Maar in afwachting dat alles te-recht komt, zal ik hem in zyn netelige omstandigheden helpen zooveel ik kan. Je begrypt nu immers waarom ik dat geld aan den kollekteur dadelyk heb laten uitbetalen, niet waar? Ook ben ik van voornemen aan de Regeering te verzoeken, den Regent zyn voorschot kwytteschelden.[74] En u, Verbrugge, stel ik voor, gezamenlyk stipt onzen plicht te doen. Zoolang 't kàn, met zachtheid, maar als 't moet, zonder vrees! Je bent een eerlyk man, dit weet ik, maar je bent beschroomd. Zeg voortaan flink uit waar 't op staat, advienne que pourra! Werp die halfheid van je, beste kerel … en nu, blyf by ons eten: we hebben hollandsche bloemkool in blik … maar alles is zeer eenvoudig, want ik moet heel zuinig zyn … ik ben erg ten-achter in geldzaken: de reis naar Europa, weetje? Kom, Max … sakkerloot, jongen, wat word je zwaar!

Search
Author(s)