§ Text Max Havelaar

En zou ik niet aandringen op arbeid, ik die zelf van den morgen tot den avend aan de zaken denk? Is niet reeds dit boek—dat Stern me zoo zuur maakt—een bewys hoe goed ik het meen met de welvaart van ons vaderland, en hoe ik daarvoor alles veil heb? En als ik zoo zwaar moet arbeiden, ik die gedoopt ben—in de Amstelkerk—zou men dan van den javaan niet mogen vorderen dat hy die zyn zaligheid nog verdienen moet, de handen uitsteekt?

Search
Author(s)