—Ja! evenlydendheid, gelykvoeligheid, weetje? En tevens met de vrouw die daar zoo lang in ongemakkelyke houding, en waarschynlyk in onaangename stemming, voor dat blok ligt. Je hebt nog altyd medelyden met haar, maar ditmaal niet omdat ze onthoofd moet worden, maar omdat men haar zoo lang laat wachten vóór ze onthoofd wordt, en als je nog iets zeggen of roepen zoudt, in 't eind—gesteld dat je aandrift voelt je met de zaak te bemoeien—zou 't niets anders wezen dan: "sla toch in-godsnaam toe, man, 't mensch wacht er op!" En wanneer je later die schildery weerziet, en meermalen weerziet, is zelfs reeds je eerste indruk: "is die historie nog niet afgeloopen? Staat hy, en ligt zy daar nòg?"
Search
Author(s)
- Multatuli (auteur)