§ Text Max Havelaar

—Want zóó edel waren de trekken, dat men iets als schaamte voelde, slechts een mensch te wezen, en niet een vonk … een straal—neen, dat waar stof!—een gedachte! Maar … dan zat daar op-eens een broêr of een vader naast die vrouwen, en … godbewaarme, ik heb er een gezien die haar neus snoot!

Search
Author(s)