Na dagen toevens—ge begrypt in welke stemming!—ontving ik van de sekretarie des Gouverneurs een brief, waarin men my te kennen gaf dat ik van ontrouw werd verdacht gehouden, met last my te verantwoorden op een tal van aanmerkingen die er gevallen waren op myn beheer. Enkelen daarvan kon ik terstond ophelderen. Voor anderen evenwel had ik inzage van zekere stukken noodig, en vooral was 't voor my van belang die zaken natesporen te Natal zelf, om by myn geëmployeerden naar de oorzaken der gevonden verschillen onderzoek te doen, en waarschynlyk zou ik dáár geslaagd wezen in myn pogingen om alles tot klaarheid te brengen. Het verzuim eener afschryving by-voorbeeld van naar Mandhéling gezonden gelden—je weet, Verbrugge, dat de troepen in 't binnenland uit de Natalsche kas worden betaald—of iets dergelyks, dat me hoogstwaarschynlyk terstond zou gebleken zyn als ik onderzoek had kunnen doen op de plaats zelf, had misschien tot die verdrietige fouten aanleiding gegeven. Maar de generaal wilde my niet naar Natal laten vertrekken. Deze weigering deed my te meer letten op 't vreemde der wyze waarop die beschuldiging van ontrouw tegen my was ingebracht. Waarom toch was ik van Natal onverwachts overgeplaatst, en wel onder verdenking van ontrouw? Waarom deelde men my dit onteerend vermoeden eerst mede, toen ik ver van de plaats was waar ik gelegenheid zou gehad hebben my te verantwoorden? En bovenal, waarom tegen my die zaken zoo terstond in het ongunstigst daglicht gesteld, in tegenspraak met de aangenomen gewoonte en de billykheid?
Search
Author(s)
- Multatuli (auteur)