En, zelfs zonder bloem of plant, zoodra ge my ter-zyde roept om me door 't geboomte heen het pad te wyzen, dat we straks zullen betreden, doch dat nu nog verre voor ons ligt in de diepte, en als een nauw merkbaar streepje zich slingert door 't veld daar-beneden … ook dan neem ik u de afwyking niet euvel. Want als wy eindelyk zóó ver zullen gekomen zyn, zal ik weten hoe zich onze weg heeft gekronkeld door 't gebergte, wat de oorzaak is dat wy de zon die zoo-even dáár stond, nu links van ons hebben, wáárom die heuvel nu achter ons ligt, welks top we vroeger vóór ons zagen … zie, dan hebt ge my door die afwyking 't begrypen myner wandeling gemakkelyk gemaakt, en begrypen is genot.
Search
Author(s)
- Multatuli (auteur)