Havelaar had zich by mevrouw Slotering laten verontschuldigen dat hy haar nog geen bezoek had gebracht. Hy nam zich voor, den volgenden dag daarheen te gaan, maar Tine was er geweest en had kennis gemaakt. We vernamen reeds dat die dame een zoogenaamd "inlandsch kind" was, die geen andere dan de maleische taal sprak. Ze had haar verlangen te kennen gegeven haar eigen huishouding te blyven voeren, waarin Tine gaarne berustte. En niet uit ongastvryheid kwam deze berusting voort, doch voornamelyk uit de vrees dat zy, pas te Lebak aangekomen, en dus nog niet "op orde" mevrouw Slotering niet zoo goed zou kunnen ontvangen als wenschelyk gemaakt werd door de byzondere omstandigheden waarin deze dame verkeerde. Wel zou ze—geen hollandsch verstaande—niet "gedeerd" worden door de vertellingen van Max, zooals Tine 't genoemd had, maar zy begreep dat er meer noodig was dan de familie Slotering niet te deren, en de schrale keuken in-verband met de voorgenomen zuinigheid deden haar werkelyk 't voornemen van mevrouw Slotering zeer verstandig vinden. Of nu overigens, wanneer de omstandigheden anders waren geweest, de omgang met iemand die slechts één taal sprak, waarin niets gedrukt is dat den geest beschaaft, geleid zou hebben tot wederzydsch genoegen, blyft twyfelachtig. Tine zou haar zoo goed mogelijk gezelschap gehouden, en veel met haar gesproken hebben over keukenzaken, over sambal-sambal[106] over 't inmaken van ketimon—zonder Liebig, o goden!—maar zoo-iets blyft toch altyd een opoffering, en men vond het dus zeer goed dat de zaken door mevrouw Sloterings vrywillige afzondering geschikt waren op een wyze die aan beide partyen volkomen vryheid liet. Zonderling echter was het, dat die dame niet alleen geweigerd had deeltenemen aan de gemeenschappelyke maaltyden, maar dat zy zelfs geen gebruik maakte van 't aanbod om haar spyzen te doen gereed maken in de keuken van Havelaars huis. "Deze bescheidenheid, zei Tine, was wat ver gedreven, want de keuken was ruim genoeg."
Search
Author(s)
- Multatuli (auteur)