§ Aanteekeningen en ophelderingen Max Havelaar

De vervloekte puntjes waarmee de heer Van Lennep goedvond m'n werk te bederven, zyn in deze uitgaaf natuurlyk door leesbare woorden in letters vervangen. De pseudoniemen Slymering, Verbrugge, Duclari en Slotering heb ik onveranderd gelaten omdat die namen nu eenmaal populair zyn geworden. Myn vermoorde voorganger heette Carolus. De namen van den kontroleur Verbrugge en den kommandant Duclari waren Van Hemert en Collard. De Resident van Bantam heette Brest van Kempen, en Michiels was de naam van 't Napoleonnetje te Padang. Wat my bewoog tot verandering dezer namen in 't handschrift dat ik aan den heer V.L. toevertrouwde? Met verwyzing naar het slot van 't XIXe hoofdstuk, zy hieromtrent de opmerking voldoende, dat ik den eerlyken maar niet heldhaftigen kontroleur wilde vrywaren tegen rankune. Al steunde hy me niet in m'n streven, hy had me dan toch niet tegengewerkt en zelfs, waar ik 't verzocht, ronde verklaringen afgegeven. Dit was reeds zeer veel, en zou hem kunnen aangerekend zyn als misdaad. De benaming Slymering voorts diende my tot het typizeeren van m'n model. En 't veranderen eindelyk van de namen Carolus en Collard in Slotering en Duclari vloeiden uit de vorige substitutien voort. Geheimhouding was waarlyk m'n zoeken niet, wat trouwens uit de geheele strekking van m'n werk blykt, maar ik vond het stuitend bepaalde personen prys te geven aan het oordeel van 't gewoon lezend Publiek. In de officieele wereld, meende ik—en háár ging de zaak aan—zou men wel weten tot wien men zich te richten had om inlichting aangaande de zaken die ik openbaarde. Dit hééft men dan ook geweten, want na ontvangst van den Havelaar in Indie, is de Gouverneur-Generaal Pahud terstond naar Lebak gereisd om daar eenige klachten over misbruik te onderzoeken."

Search
Author(s)