§ Aanteekeningen en ophelderingen Max Havelaar

51. Deze zinsnede is door zekeren Q in de Arnhemmer Courant aangevoerd als bydrage tot de blyken myner onzedelykheid! En die verraderlyke manoeuvre werd door Dr Van Vloten toegejuicht, evenzeer als Q's mededeeling dat ik m'n "tyd doorbracht met … bittertjes drinken, biljardspelen en 't rooken van geborgde sigaren." Ik vraag of de viesheid waarvan ik sprak op blz. 350 (zie alinea die begint met: "Maar jammer is 't!", M.D.), gerechtvaardigd is? Waarmee brengt zùlk volk z'n tyd door?

Search
Author(s)