§ Aanteekeningen en ophelderingen Max Havelaar

87. Ophir. We vinden dezen naam op de meeste landkaarten, en—waarschynlyk omdat de berg die er mee bedoeld wordt, ver uit zee te zien is—op alle zeekaarten. Maar 't woord Ophir is by de inlanders onbekend. Ze noemen den berg die ongeveer in 't midden der breedte aan 't land, even benoorden de linie ligt: Goenoeng Passaman. Hoe dus de kartografen, die elkaar blykbaar hebben nageschreven, de benaming Ophir kunnen verantwoorden, begryp ik niet. Een andere vraag is, of er verband mag gebracht worden tusschen dezen berg, en de streken vanwaar de tyrische koning Hiram, ten-behoeve van Salomo's tempelbouw, goud, ebbenhout en edelgesteente halen liet? (I Kon. IX, 28. X, 11.) Het is zeer gewaagd dit op grond van 'n enkel woord aantenemen. En bovendien, waar komt het woord Ophir vandaan? Wie heeft het eerst den G. Passaman aldus genoemd? De f-klank doet aan Arabieren denken. In de "arabische vertellingen" wordt Sumatra door Sindbad den zeeman bezocht.

Search
Author(s)