114. Sewah: het wapen van de bewoners dezer streken, gelyk op Java de kris. De jewak is 'n eenigszins kromme dolk met zeer klein gevest en de snede aan de binnenzy der kromming. De oorspronkelyke bedoeling met dezen vorm zal wel geweest zyn, dat de greep geheel in de hand kan verborgen worden, terwyl de zeer stompe rug van 't wapen tegen den pols rust, en door den arm bedekt wordt. De aangevallene bemerkt alzoo niet dat z'n tegenstander gewapend is, voor deze hem, na 'n eigenaardige vlugge beweging van pols en arm in drie tempo's, treft. Geheel afgescheiden van deze geschiktheid tot moordtuig, is de sewah 't distinktief van vryheid en mannelykheid. Wie 'n maleisch Hoofd gevangen neemt—gelyk volgens blz. 203 (zie alinea: "Maar ik weet meer dan dat alles …", M.D.) in de daar beschreven omstandigheden m'n verdrietige taak was—vordert hem z'n sewah af.
Search
Author(s)
- Multatuli (auteur)