115. Ik geloof dat deze opmerking van den braven Duclari niet ongegrond is, en durf daarop wyzen in-verband met de soort van wapens waarmee ik thans, acht-en-dertig jaren na de in den tekst beschreven voorvallen, word aangetast. Het laat zich begrypen dat lieden die behoefte hebben aan 't verscheuren van myn naam om wat opgang te maken, zich aan zoo'n armzalig hulpmiddel vastklemmen. Want, ook naar den geest gesproken, is armoed 'n scherp zwaard, en 't ligt in de rede dat dezulken geen besef hebben van hun gebrek aan ebenbürtigkeit. Maar 't lezend Publiek moest niet zonder protest gedoogen dat ik zoo straatjongensachtig wordt aangevallen. Wat hebben de Van Vlotens e.d. ooit verricht, dat hun 't recht geven zou de mond tegen my te openen? Men behoorde die heeren hun Staat van dienst aftevorderen.
Search
Author(s)
- Multatuli (auteur)