§ Aanteekeningen en ophelderingen Max Havelaar

165. "En—had ik er by kunnen zeggen—ook my te vermoorden." De vrees overigens dat de Resident zelf den Adhipatti 'n wenk geven zou "om zich te dekken" teekent de pozitie. En de Resident voelde zich niet opgewekt, tegen die vrees, als tegen 'n lasterlyke veronderstelling, te protesteeren. In-plaats hiervan bewees hy door z'n handelingen (bladzz. 312 en 319) (zie de alinea's: "De bede om de schuldigen" en "Het was zeer treffend", M.D.) dat Havelaar maar al te juist had ingezien wat hem te wachten stond van 'n chef die toch even als hy gezworen had den inlander tegen de hebzucht zyner Hoofden te beschermen.

Search
Author(s)