§ Aanteekeningen en ophelderingen Max Havelaar

168. "Lichtvaardigheid" en "voorbarigheid" zyn voorzeker aftekeuren en strafbaar, vooral in zulke gewichtige omstandigheden. In-zoo-verre is er dus op Havelaars loyaal aanbod geen aanmerking te maken. Wanneer men evenwel daarin de stelling mocht zoeken, dat 'n ambtenaar die krachtens z'n instruktie aanklaagt van misdryf, terstond persoonlyk aansprakelyk zou wezen voor de gegrondheid zyner beschuldiging, moeten we erkennen dat Havelaar hier meer heeft toegegeven dan-i verplicht was. Welk Officier van Justitie zou op zùlke voorwaarden 't publiek ministerie willen waarnemen? Doch Havelaar was te zeker van z'n zaak om de minste achterdeur open te houden.

Search
Author(s)