§ Aanteekeningen en ophelderingen Max Havelaar

180. Een Javaannutter in Friesland—ik meen te Bolsward—onthaalde z'n Publiek op de mededeeling dat: die Havelaar beneden alles, en op 'n onaangename wys uit den dienst geraakt was." Ik heb niet vernomen dat men den man de deur uitwierp. Welk nut het voor den Javaan heeft, dat men den man lastert die voor hem weggaf al wat-i offeren kòn, begryp ik niet. Zie daarover—in den bundel Verspreide Stukken—m'n brief aan die kostelyke maatschappy.

Search
Author(s)