Hoewel ik, waar 't principes geldt, niemand ontzie, heb ik toch begrepen
dat ik met Stern een anderen weg moet inslaan dan met Frits, en daar het
te voorzien is dat myn naam—de firma is Last & Co, maar ik heet
Droogstoppel: Batavus Droogstoppel—in aanraking komen zal met een
boek waarin zaken voorkomen, die niet strooken met den eerbied dien elk
fatsoenlyk man en makelaar zichzelf verschuldigd is, acht ik het myn
plicht u meetedeelen, hoe ik getracht heb ook dien Stern terugtebrengen
op den waren weg.🔗
Ik heb hem niet van den Heer gesproken—omdat hy Luthersch is—maar ik
heb gewerkt op zyn gemoed en zyn eer. Ziehier hoe ik dit heb aangelegd,
en merk daarby op, hoever men het brengt met menschkunde. Ik had hem
hooren zeggen: auf Ehrenwort, en vroeg wat hy daarmee bedoelde?🔗
—Wèl, zeide hy, dat ik myn eer verpand voor de waarheid van wat ik zeg.🔗
—Dat is zeer veel, hernam ik. Ben je zoo overtuigd, altyd de waarheid
te zeggen?🔗
—Ja, verklaarde hy, de waarheid zeg ik altyd. Als de borst me gloeit
…🔗
De lezer weet de rest.🔗
—Dat is waarlyk zeer schoon, zei ik, en ik hield me heel onnoozel alsof
ik het geloofde.🔗
Maar hierin lag juist de fynheid van den strik, dien ik hem spande met
het doel om, zonder gevaar te loopen den ouden Stern in handen van
Busselinck & Waterman te zien vallen, toch dat jonge kereltjen eens goed
op zyn plaats te zetten, en hem te doen gevoelen hoe groot de afstand is
tusschen iemand die pas begint—al doet dan ook zyn vader groote
zaken—en een makelaar die twintig jaar de beurs bezocht heeft. Het was
me namelyk bekend dat hy allerlei tuig van verzen uit het hoofd wist—hy
zegt: "uitwendig"—en daar verzen altyd leugens bevatten, was ik zeker
dat ik hem zeer spoedig zou betrappen op onwaarheid. Dit duurde dan ook
niet lang. Ik zat in de zykamer, en hy was in de suite … want we
hebben een suite. Marie was aan 't breien, en hy zou haar wat
vertellen. Ik luisterde aandachtig toe, en toen 't uit was, vroeg ik hem
of hy 't boek bezat, waarin het ding stond, dat hy daar zoo-even had
opgedeund. Hy zei ja, en bracht het my. Het was een deeltje der werken
van zekeren Heine. Den volgenden morgen gaf ik hem—aan Stern, meen
ik—de onderstaande:🔗
Beschouwingen omtrent de waarheidsliefde van iemand die het volgend
prul van Heine vóórzegt aan een jong meisje dat in de suite zit
te breien.🔗
Auf Flügeln des Gesanges,
Herzliebchen, trag ich dich fort,🔗
Herzliebchen? Marie, jouw Herzliebchen? Weten je ouweluî daarvan, en
Louise Rosemeyer? Is het braaf, dit te zeggen aan een kind, dat door
zoo-iets al zeer ligt ongehoorzaam zou worden aan hare moeder, door zich
in het hoofd te halen dat ze mondig is, omdat men haar: Herzliebchen
noemt? Wat beduidt dat: voortdragen op je vleugels? Je hebt geen
vleugels, en je gezang ook niet. Probeer 't eens over de Lauriergracht,
die niet eens heel breed is. Maar al had je vleugels, mag je dan zulke
dingen voorstellen aan een meisje dat haar belydenis nog niet gedaan
heeft? En al wàs 't kind aangenomen, wat beduidt dat aanbod van
wegvliegen samen? Foei!🔗
Fort nach den Fluren des Ganges,
Da weiss ich den schönsten Ort;🔗
Ga er dan alleen heen, en huur er een optrek, maar neem niet een meisje
mee, dat haar moeder moet helpen in 't huishouden! Maar je meent het ook
niet! Vooreerst heb je nooit den Ganges gezien, en kunt dus niet weten
of 't daar goed leven is. Wil ik je eens zeggen hoe de zaken staan?
Het zyn alles leugens, die je alleen dáárom vertelt, omdat je in al dat
gevèrs je tot slaaf maakt van maat en rym. Als de eerste regel geëindigd
was op koek, wyn, kina, zou je aan Marie gevraagd hebben of ze meeging
naar Broek, Berlyn, China, en zoo voort. Je ziet dus dat je
voorgestelde reisroute niet oprecht gemeend was, en dat alles neerkomt
op een laf geklinkklank van woorden zonder slot of zin. Hoe zou 't
wezen, als Marie nu eens werkelyk lust kreeg om die malle reis te doen?
Ik spreek nu nog niet eens van de ongemakkelyke manier die je voorstelt!
Maar zy is, den Hemel zy dank, te verstandig om naar een land te
verlangen, waarvan je zegt:🔗
Da liegt ein rothblühender Garten
Im stillen mondesschein;
Die Lotosblumen erwarten
Ihr trautes Schwesterlein;
Die Veilchen kichern und kosen,
Und schau'n nach den Sternen empor;
Heimlich erzählen die Rosen
Sich düftende Märchen in 's Ohr.🔗
Wat wou je in dien tuin by maneschyn met Marie uitvoeren, Stern? Is dat
zedelyk, is dat braaf, is dat fatsoenlyk? Wil je dat ik beschaamd moet
staan, evenals Busselinck & Waterman, met wie geen fatsoenlyk
handelshuis iets te doen wil hebben, omdat hun dochter weggeloopen is,
en omdat het knoeiers zyn? Wat zou ik moeten antwoorden, als men my op
de beurs vroeg, waarom myn dochter zoo lang in dien rooien tuin is
gebleven? Want dit begryp je toch, dat niemand me gelooven zou, als ik
zei dat zy daar wezen moest om een bezoek te brengen aan de lotusbloemen
die, zooals je zegt, haar al lang gewacht hebben. Even zoo zou ieder
verstandig mensch my uitlachen, als ik gek genoeg was om te zeggen:
Marie is daar in dien rooien tuin waarom rood, en niet geel of
paars?—om te luisteren naar 't snappen en giechelen van de viooltjes,
of naar de sprookjes die de rozen elkaar heimelyk in 't oor blazen. Al
kon zoo iets waar zyn, wat zou Marie er aan hebben, als het toch zoo
heimelijk geschiedt, dat zy er niets van verstaat? Maar leugens zyn het,
flauwe leugens! En leelyk zyn ze ook, want neem eens een potlood, en
teeken een roos met een oor, en zie eens hoe dat er uitziet? En wat
beduidt het, dat die Märchen zoo düftend zyn? Wil ik je dat eens
zeggen in goed rond hollandsch? Dat wil zeggen dat er een luchtjen is
aan die malle sprookjes … zóó is het!🔗
Da hüpfen herbei, und lauschen
Die frommen, klugen Gazellen;
Und in der Ferne rausche
Des heiligen Stromes Wellen…
Da wollen wir niedersinken
Unter den Palmenbaum,
Und Ruhe und Liebe trinken,
Und träumen seligen Traum.🔗
Kan je niet naar Artis gaan—je hebt immers aan je vader geschreven
dat ik lid ben?—zeg, kan je niet in Artis terecht, als je dan
volstrekt vreemde dieren zien wilt? Moeten het juist die gazellen aan
den Ganges wezen, die toch in 't wild nooit zoo goed zyn waartenemen,
als in een nette omheining van gekoolteerd yzer? Waarom noem je die
dieren vroom en verstandig? Het laatste laat ik gelden—ze maken althans
zulke zotte verzen niet—maar: vroom? Wat beteekent dat! Is 't niet
misbruik maken van een heilige uitdrukking die alleen mag gebruikt
worden voor menschen van 't ware geloof? En dan die heilige stroom? Mag
je aan Marie dingen vertellen, die haar tot een heidin zouden maken? Mag
je haar doen wankelen in de overtuiging dat er geen ander heilig water
is, dan dat van den doop, en geen andere heilige rivier dan de Jordaan?
Is dit niet ondermynen van zedelykheid, deugd, godsdienst, christendom
en fatsoen?🔗
Denk over dit alles eens na, Stern! Je vader is een achtenswaardig huis,
en ik ben zeker dat hy 't goedvindt dat ik zoo op je gemoed werk, en dat
hy gaarne zaken doet met iemand die deugd en godsdienst voorstaat. Ja,
principes zyn me heilig, en ik heb geen schroom om ronduit te zeggen wat
ik meen. Maak dus geen geheim van wat ik je zeg, schryf 't gerust aan je
vader dat je hier in een soliede familie bent, en dat ik je zoo op 't
goede wys. En vraag jezelf eens af, wat er van je zou geworden zyn, als
je by Busselinck & Waterman waart gekomen? Dáár zou je ook zulke verzen
opgezegd hebben, en dáár had men niet op je gemoed gewerkt, omdat het
knoeiers zyn. Schryf dit gerust aan je vader, want als er principes in
't spel zyn, ontzie ik niemand. Dáár zouden de meisjes met je meegegaan
zyn naar den Ganges, en dan lag je daar nu misschien onder dien boom in
't natte gras, terwyl je nu, omdat ik je zoo vaderlyk waarschuwde,
hier by ons kunt blyven in een fatsoenlyk huis. Schryf dat alles aan je
vader, en zeg hem dat je zoo dankbaar bent dat je by ons zyt gekomen, en
dat ik zoo goed voor je zorg, en dat de dochter van Busselinck & Waterman
is weggeloopen, en groet hem zeer van my, en schryf dat ik nog 1/16 procent
courtage zal laten vallen beneden hun bod, omdat ik geen onderkruipers
lyden kan, die een konkurrent het brood uit den mond stelen door gunstiger
voorwaarden.🔗
En doe me toch 't genoegen, in je voorlezingen uit Sjaalman's pak, wat
meer degelyks te brengen. Ik heb er opgaven gezien van de koffi-produktie
der laatste twintig jaren, uit alle residentien op Java: lees zóó-iets
eens voor! Zieje, dan kunnen de Rosemeyers, die in suiker doen, eens te
hooren krygen wat er eigenlyk omgaat in de wereld. En je moet ook de
meisjes en ons allen niet zoo uitmaken voor kannibalen die wat van je
hebben opgeslikt … dit is niet fatsoenlyk, myn beste jongen. Geloof
toch iemand die weet wat er in de wereld te koop is! Ik heb je vader reeds
bediend voor zyn geboorte—zyn firma, meen ik, neen … ònze firma, meen ik:
Last & Co—vroeger was het Last & Meyer, maar de Meyers zyn er lang
uit—je begrypt dus dat ik 't goed met je meen. En spoor Frits aan, dat hy
wat beter oppast, en leer hem geen verzen maken, en houd je alsof je het
niet zag, als hy gezichten trekt tegen den boekhouder, en al zulke dingen
meer. Geef hem een goed voorbeeld, omdat je zooveel ouder bent, en tracht
hem bedaardheid en deftigheid inteprenten, want hy moet makelaar worden.🔗
Ik ben je vaderlyke vriend🔗
Batavus Droogstoppel.🔗
(firma: Last & Co, makelaars in koffi,
Lauriergracht, N° 37.)🔗