Dit was dan weer een van de vele boutades, die zyn omgeving deden zeggen dat "die Havelaar toch een zonderling mensch was, en ik beweer het tegendeel niet. Maar als men de moeite nam zyn ongewone wyze van spreken te vertalen, zou men in die vreemde vraag over het toilet van een meisje, wellicht den tekst gevonden hebben voor een verhandeling over de kuisheid van den geest, die schuw is voor de blikken van den lompen voorbyganger, en zich terugtrekt in een hulsel van maagdelyke schroomvalligheid.[46]
Search
Author(s)
- Multatuli (auteur)