Een aansporing tot zuinigheid nu, behoefte hy tot háár niet te richten. Zy had er waarlyk geen schuld aan, dat spaarzaamheid noodig was geworden, doch ze had zich zoo vereenzelvigd met haar Max, dat ze die aansporing geenszins opvatte als een verwyt, wat het dan ook niet was. Want Havelaar wist zeer goed dat hy alleen gefaald had door zyn te ver gedreven vrygevigheid, en dat haar fout—àls er dan een fout bestond aan hare zyde—alleen hierin had gelegen, dat ze uit liefde voor Max altyd alles had goedgekeurd wat hy deed.
Search
Author(s)
- Multatuli (auteur)