§ Text Max Havelaar

Doch alweer was 't eigenaardig dat hy die zoo nauwkeurig en scherp het recht van een ander—hoe diep ook begraven onder stoffige akten en dikwebbige chicanes—zou hebben nagespoord en verdedigd, dat hy hier waar zyn eigen belang in 't spel was, met slordigheid het oogenblik verwaarloosde, waarin misschien de zaak had moeten worden aangevat. Hy scheen iets als schaamte te gevoelen omdat het hier zyn eigen voordeel gold, en ik geloof zeker wanneer "zyn Tine" gehuwd ware geweest met een ander, met iemand die zich tot hem had gewend met het verzoek de spinrag te verbreken waarin haar voorouderlyk fortuin was blyven hangen, dat hy geslaagd zou zyn "de interessante wees" in 't bezit te stellen van het vermogen dat haar behoorde. Maar nu was die interessante wees zyn vrouw, háár vermogen was het zyne, hy vond er dus iets koopmansachtigs in, iets derogeerends, in haar naam te vragen: "zyt ge my niet nog iets schuldig?"

Search
Author(s)