§ Text Max Havelaar

Hy had aangevangen met zachtheid. Hy had tot den Adhipatti gesproken als: "ouder broeder" en wie meenen mocht dat ik, ingenomen met den held myner geschiedenis, de wyze waarop hy sprak, tracht te verheffen boven maat, hoore hoe eens na zoodanig onderhoud, de Regent zyn Patteh tot hem zond om voor de welwillendheid zyner woorden dank te zeggen, en hoe nog lang daarna die Patteh, sprekende met den kontroleur Verbrugge—nadat Havelaar had opgehouden adsistent-resident van Lebak te zyn, nadat er dus van hem niets meer te hopen of te vreezen was—hoe die Patteh by de herinnering aan zyn woorden getroffen uitriep: "nog nooit heeft eenig heer gesproken als hy!"[129]

Search
Author(s)