§ Text Max Havelaar

Daar berstte de deugniet uit in gelach—Frits meen ik—en ook Marie begon te lachen. Zelfs meende ik iets wat naar lachen geleek, te bespeuren op 't gelaat van myn vrouw. Maar toen ben ik Wawelaar te-hulp gekomen, ik heb Frits gestraft met een boete uit zyn spaarpot, aan 't zendelinggenootschap.[139]

Search
Author(s)