Saïdjah bedoelde evenwel niets kwaads daarmede. Hy zei 't maar omdat hy 't zoo dikwyls had hooren zeggen door anderen, als ze ontevreden waren over hun buffels. Maar hy had het niet behoeven te zeggen, want het baatte niets: zyn buffel deed geen stap verder. Hy schudde den kop als om 't juk aftewerpen, men zag den adem uit zyn neusgaten … hy blaasde, sidderde, rilde … er was angst in zyn blauw oog, en de bovenlip was opgetrokken zoodat het tandvleesch bloot lag …
Search
Author(s)
- Multatuli (auteur)