Is er logen in de gelykenis van den barmhartigen Samaritaan, omdat er misschien nooit een geplunderd reiziger is opgenomen in een samaritaansch huis? Is er logen in de parabel van den zaaier, omdat geen landbouwer zyn zaad zal uitwerpen op een rots? Of—om aftedalen tot meer gelykheid met myn boek—mag men de waarheid ontkennen die de hoofdzaak uitmaakt van de Negerhut, omdat er misschien nooit een Evangeline bestaan heeft? Zal men tot de schryfster van dat onsterfelyk pleidooi—onsterfelyk, niet om kunst of talent, maar door strekking, en indruk—zal men tot haar zeggen: "ge hebt gelogen, de slaven worden niet mishandeld, want … er is onwaarheid in uw boek: het is een roman!" Moest niet ook zy, in-plaats eener optelling van dorre daadzaken, een verhaal geven dat die daadzaken inkleedde, om 't besef der behoefte aan verbetering te doen doordringen in de harten? Zou haar boek gelezen zyn, als ze daaraan den vorm had gegeven van een processtuk? Is 't haar schuld—of de myne—dat de waarheid, om toegang te vinden, zoo vaak het kleed moet borgen van de leugen?
Search
Author(s)
- Multatuli (auteur)