127. De gewone lezer houdt dit voor 'n fiktie. Welnu, ook hier schreef ik de waarheid. De kommandant Duclari zag, des morgens by 't baden, een lyk de rivier afdryven, en hy herkende den man die in zyn tegenwoordigheid des avends tevoren zich by den adsistent-resident had aangemeld met 'n klachte. De heer Carolus had hem doen gelasten den volgenden dag op 't bureau te komen. Maar … er werd zorg gedragen dat-i niet terugkwam! Geheel afgescheiden van Duclari's getuigenis, was 't Havelaar bekend dat dit de gewoonte was, en dit wist ieder in 't Lebaksche, de Resident Brest van Kempen zoo goed als elk ander.
Search
Author(s)
- Multatuli (auteur)