§ Aanteekeningen en ophelderingen Max Havelaar

131. Beginselen van bestuur die ten-laatste zullen zegevieren. Ik erken dat dit er tot-nog-toe weinig naar gelykt. Het sprookje dat er na 1860 in Indie zooveel zou verbeterd zyn, behandelde ik reeds op blz. 344. (alinea met: "Zoo volgde na elk versleten experiment.", M.D.) Wat—onder veel andere redenen—alle verbetering in den weg staat, is onze Kieswet. Het bederf in den Staat (IDEE 286) dat thans allerwege erkend wordt, is niet te genezen voor we van dat immoreel en onpraktisch thorbeckiaansch vod verlost zyn. Geheel afgezien van de indische zaken, is deze waarheid ook op Nederland zelf van volle toepassing.

Search
Author(s)