't Was avend. Tine zat te lezen in de binnengalery, en Havelaar teekende
een borduurpatroon. Kleine Max tooverde een legprent in elkaar, en
maakte zich driftig omdat hy niet vinden kon: "het rooie lyf van die
mevrouw."๐
โZou 't nu zรณรณ goed wezen, Tine? vroeg Havelaar. Kyk, ik heb dien palm
wat grooter gemaakt โฆ 't is nu juist the line of beauty van Hogarth,
niet waar?๐
โJa, Max! Maar die vetergaten staan te dicht op elkander.๐
โZoo? En die anderen strooken dan? Max, laat me je broekjen eens zien!
Ei, heb je die strook aan? Ach, ik weet nog waar je die geborduurd
hebt, Tine!๐
โIk niet. Waar dan?๐
โ't Was in den Haag, toen Max ziek was en we zoo geschrokken waren
omdat de dokter zei dat hy een zoo ongewoon gevormd hoofd had, en dat er
zooveel zorg vereischt werd om aandrang naar de hersenen te voorkomen,
juist in die dagen was je bezig aan die strook.๐
Tine stond op, en kuste den kleine.๐
โIk hรจb haar buik, ik hรจb haar buik! riep 't kind vroolyk, en de rooie
mevrouw was kompleet.๐
โWie hoort daar een tontong slaan? vroeg de moeder.[175]๐
โIk, zei kleine Max.๐
โEn wat beduidt dat?๐
โBedtyd! Maar โฆ ik heb nog niet gegeten.๐
โEerst kryg je eten, dat spreekt vanzelf.๐
En ze stond op, en gaf hem zyn eenvoudig maal dat ze uit een goed
gesloten kast in haar kamer scheen gehaald te hebben, want men had het
knippen van vele sloten gehoord.๐
โWat geef je 'm daar? vroeg Havelaar.๐
โO wees gerust, Max: 't is beschuit uit een blik van Batavia! En ook de
suiker is altyd achter slot geweest.๐
Havelaars gedachten keerden terug naar 't punt waarop ze waren
afgebroken.๐
โWeet je wel, ging hy voort, dat wy de rekening van dien dokter nog
niet betaald hebben โฆ o, dat is zeer hard?๐
โLieve Max, we leven hier zoo spaarzaam, weldra zullen wy alles kunnen
afdoen! Bovendien, je zult wel spoedig resident worden, en dan is alles
geregeld in weinig tyds.๐
โDat is nu juist een zaak die me verdrietig maakt, zei Havelaar. Ik zou
zoo heel ongaarne Lebak verlaten โฆ dit zal ik je uitleggen. Geloof
je niet dat we nog meer van onzen Max hielden na zyn ziekte? Nu, zรณรณ ook
zal ik dat arme Lebak liefhebben na de genezing van den kanker waaraan
't lydt sedert zooveel jaren. De gedachte aan bevordering doet me
schrikken: ik kan hier niet gemist worden, Tine! En toch, aan den
anderen kant, als ik weer bedenk dat we schulden hebben โฆ๐
โAlles zal wel goed gaan, Max! Al moest je nu van hier, dan kan je
later Lebak helpen als je Gouverneur-generaal bent.๐
Daar kwamen woeste strepen in Havelaars borduurpatroon! Er was toorn in
dat bloemsel, die vetergaten werden hoekig, scherp, ze beten elkaar โฆ๐
Tine begreep dat ze iets miszegd had.๐
โLieve Max โฆ begon ze vriendelyk.๐
โVervloekt! Wil je die stumperts zรณรณ lang laten hongeren? Kan jy leven
van zand?๐
โLieve Max!๐
Maar hy sprong op. Er werd niet meer geteekend, dien avend. Hy ging
toornig op-en-neer in de binnengalery, en eindelyk sprak hy op een toon
die ruw en hard zou geklonken hebben aan iederen vreemde, doch door Tine
heel anders werd opgevat:๐
โVervloekt die lauwheid, die schandelyke lauwheid! Daar zit ik nu
sedert een maand te wachten op recht, en intusschen wordt er vreeselyk
geleden door dat arme volk. De Regent schynt er op te rekenen dat
niemand hem aandurft! Zie โฆ๐
Hy ging in zyn kantoor, en kwam terug met een brief in de hand, een
brief die voor me ligt, lezer!๐
โZie, in dezen brief durft hy me voorstellen doen over de soort van
arbeid dien hy wil laten verrichten door de menschen die hy onwettig
heeft opgeroepen. Is dit niet de onbeschaamdheid te vรจr gedreven?[176]
En weet je wie dat zyn? Dat zyn vrouwen met kleine kinderen, met
zuigelingen, zwangere vrouwen die van Parang-Koedjang zyn gedreven
naar de hoofdplaats om voor hรจm te werken! Mannen zyn er niet meer! En
ze hebben niets te eten, en ze slapen op den weg, en eten zand! Kan jy
zand eten? Moeten ze zand eten tot ik Gouverneur-generaal ben?
Vervloekt!๐
Tine wist zeer goed op wien Max eigenlyk boos was, als hy zoo sprak tot
haar die hy zoo liefhad.๐
โEn, ging Havelaar voort, dat loopt alles ter myner verantwoording!
Als er op dit oogenblik van die arme wezens ronddwalen daar buiten โฆ
als zy 't schynsel zien van onze lampen, zullen zy zeggen: "daar woont
de ellendeling die ons beschermen zou! Daar zit hy rustig by vrouw en
kind, en teekent borduurpatroontjes, en wy liggen hier als boschhonden
op den weg verhongeren met onze kinderen!" Ja, ik hoor het wel, ik hoor
het wel, dat roepen om wraak over myn hoofd! Hier, Max, hier!๐
En hy kuste zyn kind met een wildheid die 't verschrikte.๐
โMyn kind, als men je zeggen zal dat ik een ellendeling ben die geen
moed had om recht te doen โฆ dat er zooveel moeders zyn gestorven door
myn schuld โฆ als men je zeggen zal dat het verzuim van je vader den
zegen wegstal van je hoofd โฆ o Max, o Max, getuig dan wat ik leed!๐
En hy berstte in tranen uit, die Tine afkuste. Zy bracht daarop kleinen
Max naar zyn bedjenโeen stroomatโen toen ze terugkwam, vond ze
Havelaar in gesprek met Verbrugge en Duclari die zoo-even waren binnen
getreden. Het gesprek liep over de verwachte beslissing van de
Regeering.๐
โIk begryp zeer goed dat de resident in een moeielyken toestand is, zei
Duclari. Hy kan 't Gouvernement niet aanraden gevolg te geven aan uw
voorstellen, want dan zou er te veel aan den dag komen. Ik ben reeds
lang in 't Bantamsche, en weet er veel van, meer nog dan uzelf,
m'nheer Havelaar! Ik was reeds als onderofficier in deze streken, en dan
komt men zaken te weten die de inlander zoo niet durft zeggen aan de
ambtenaren. Maar als nu na een openlyk onderzoek dat alles aan den dag
komt, zal de Gouverneur-generaal den resident ter verantwoording roepen,
en hem afvragen hoe 't komt dat hy in twee jaren niet ontdekt heeft, wat
u terstond in 't oog is gevallen? Hy moet dus natuurlyk trachten zoodanig
onderzoek te verkomen โฆ๐
โIk heb dit ingezien, antwoordde Havelaar, en, wakker gemaakt door zyn
poging om den Adhipatti te bewegen iets tegen my intebrengenโhetgeen
schynt aantetoonen dat hy beproeven wil de kwestie te verleggen, door
by-voorbeeld my te beschuldigen van โฆ ik weet niet watโheb ik me
hiertegen gedekt door afschriften van myn brieven rechtstreeks aan de
Regeering te zenden. In een daarvan komt het verzoek voor, ter
verantwoording te worden geroepen wanneer er misschien mocht worden
voorgegeven dat ik iets misdaan had. Als nu de resident my aantast,
kan daarop in gewone billykheid geen beslissing worden genomen zonder
dat men my vooraf heeft gehoord. Dit is men zelfs een misdadiger
schuldig, en daar ik niets misdaan heb โฆ๐
Daar komt de post aan! riep Verbrugge.๐
Ja, 't was de post! De post, die den volgenden brief meebracht van den
Gouverneur-generaal van Nederlandsch Indie aan den gewezen adsistent-
resident van Lebak, Havelaar.๐
"Kabinet. Nยฐ 54. Buitenzorg, 23 Maart 1856.๐
De wijze, waarop door u is te werk gegaan, bij de ontdekking of
vooronderstelling van kwade praktijken van de Hoofden in de afdeeling
Lebak, en de houding daarbij door u tegenover uwen Chef, den
Resident van Bantam, aangenomen, hebben in hooge mate mijne
ontevredenheid verwekt.๐
In uwe bedoelde handelingen worden evenzeer gemist bezadigd overleg,
beleid en voorzichtigheid, zoo zeer vereischt in eenen ambtenaar met
uitvoering van gezag in de binnenlanden bekleed (sic) als begrippen
van ondergeschiktheid aan uwen onmiddelijken superieur.๐
Reeds weinige dagen na de aanvaarding uwer betrekking hebt gij kunnen
goedvinden, zonder voorafgaande raadpleging van (sic) den Resident,
het hoofd van het Inlandsch Bestuur te Lebak te maken tot het
doelwit van bezwarende onderzoekingen.๐
In die onderzoekingen hebt gij aanleiding gevonden, zonder zelfs uwe
beschuldigingen tegen dat Hoofd door feiten, veel minder bewijzen te
staven, tot het doen van voorstellen, die de strekking hadden een
Inlandsch Ambtenaar van de stempel van den Regent van Lebak, een
zestigjarigen doch nog ijverigen Landsdienaar, aan naburige
aanzienlijke Regentengeslachten vermaagschapt, en omtrent wien steeds
gunstige getuigenissen waren uitgebracht, aan eene hem moreel geheel
vernietigende bejegening te onderwerpen.๐
Daarenboven hebt gij, toen de resident zich ongenegen betoonde aan uw
voorstellen gereedelijk gevolg te geven geweigerd aan het billijk
verlangen van uwen Chef te voldoen om volle opening te geven van
hetgeen u omtrent de handelingen van het Inlandsch Bestuur te
Lebak, bekend was.๐
Zulke handelingen verdienen alle afkeuring, en doen lichtelijk
gelooven aan ongeschiktheid voor het bekleeden eene betrekking bij
het Binnenlandsch Bestuur.๐
Ik heb mij verplicht gezien, u van de verdere vervulling der
betrekking van Adsistent-resident van Lebak te ontheffen.๐
Uit aanmerking evenwel van gunstige rapporten, vroeger omtrent u
ontvangen, heb ik in het voorgevallene geen reden willen vinden, om u
het uitzicht op eene wederplaatsing bij het Binnenlandsch Bestuur te
benemen. Ik heb u daarom voorloopig belast met de waarneming der
betrekking van Adsistent-resident van Ngawi.๐
Van uwe verdere handelingen in die betrekking zal het geheel afhangen
of gij bij het Binnenlandsch Bestuur zult kunnen geplaatst blijven."๐
En daaronder stond de naam van den man, op wiens "yver, bekwaamheid en
goede trouw" de Koning zeide te kunnen staat-maken, toen hy diens
benoeming tot Gouverneur-generaal van Nederlandsch Indie onderteekende.
[177]๐
โWe gaan van hier, beste Tine, zei Havelaar gelaten, en hy reikte den
kabinetsbrief aan Verbrugge, die 't stuk las tezamen met Duclari.๐
Verbrugge had tranen in de oogen, maar sprak niet. Duclari, een zeer
beschaafd mensch, berstte in een wilden vloek uit:๐
โGโฆโฆโฆ. ik heb hier in 't bestuur schelmen en dieven gezien โฆ ze
zyn in eere van hier gegaan, en men schryft aan U zulk een brief!๐
โ't Is niets, zei Havelaar, de Gouverneur-generaal is een eerlyk man:
hy moet bedrogen zyn โฆ hoewel hy zich tegen dat bedrog had kunnen
hoeden door my eerst te hooren. Hy is verstrikt in 't web van de
buitenzorgsche ambtenary. We kennen dat! Maar ik zal tot hem gaan en hem
aantoonen hoe hier de zaken staan. Hy zal recht doen, ik ben er
zeker van!๐
โMaar, als ge naar Ngawi gaat โฆ๐
โJuist, ik weet dit! Te Ngawi is de Regent verwant aan het Djokjasche
hof. Ik ken Ngawi, want ik was twee jaar lang in de Baglen, dat in
de buurt is.[178] Ik zou te Ngawi hetzelfde moeten doen wat ik hier
gedaan heb: dat zou nutteloos heen-en-weer reizen zyn. Bovendien, 't is
my onmogelyk dienst te doen op de proef alsof ik me slecht gedragen had!
En eindelyk, ik zie in dat ik om een eind te maken aan al dat geknoei,
geen ambtenaar moet wezen. Als ambtenaar staan er tusschen de Regeering
en my te veel personen die belang hebben by 't loochenen der ellende van
de bevolking. Er zyn nog meer redenen die my beletten naar Ngawi te
gaan. Die plaats was niet vakant โฆ ze is voor my open gemaakt, kyk!๐
En hij toonde in de Javasche Courant die met dezelfde post was
aangekomen, dat inderdaad by 'tzelfde besluit der Regeering waarby hem
het Bestuur van Ngawi werd opgedragen, de adsistent-resident van die
provincie verplaatst werd naar een andere afdeeling die vakant was.๐
โWeet ge waarom ik juist naar Ngawi moet, en niet naar die vakante
afdeeling? Dat zal ik je zeggen! De resident van Madiven, waaronder
Ngawi behoort, is de schoonbroeder van den vorigen resident van
Bantam. Ik heb gezegd dat de Regent vroeger zulke slechte voorbeelden
had gehad โฆ๐
โAh, riepen Verbrugge en Duclari tegelyk. Ze begrepen waarom Havelaar
juist naar Ngawi verplaatst werd om op de proef te dienen, of hy zich
misschien beteren zou!๐
โEn om nรฒg een reden kan ik niet daarheen gaan, zeide hy. De
tegenwoordige Gouverneur-generaal zal spoedig aftreden โฆ zyn opvolger
ken ik, en ik weet dat er van hem niets te wachten valt.[179] Om dus nog
tydig voor dat arme volk iets te verrichten, moet ik den tegenwoordigen
Gouverneur spreken voor zyn vertrek, en als ik nu naar Ngawi ging, zou
dat onmogelyk wezen. Tine, hoor eens!๐
โLieve Max?๐
โJe hebt moed, niet waar?๐
โMax, je weet dat ik moed heb โฆ als ik by je ben!๐
โWelnu!๐
Hy stond op, en schreef 't volgend rekwest, naar myn inzien een
voorbeeld van welsprekendheid.๐
"Rangkas-Betoeng, 29 Maart 1856.๐
Aan den Gouverneur-Generaal
van Nederlandsch-Indie.๐
Ik had de eer te ontvangen uwer Excellentie's kabinetsmissive van 23
dezer, Nยฐ 54.๐
Ik zie me genoodzaakt, in antwoord op dat stuk, Uwe Excellentie te
verzoeken my te verleenen een eervol ontslag uit 's Lands dienst.[180]๐
Er was te Buitenzorg tot het verleenen van 't gevraagd ontslag niet
zoo langen tyd noodig als er scheen vereischt geweest te zyn voor de
beslissing hoe men Havelaars aanklacht kon afwenden. Dit toch had een
maand gevorderd, en 't gevraagd ontslag kwam binnen weinig dagen te
Lebak aan.๐
โGoddank, riep Tine, dat je eindelyk jezelf kunt zyn!๐
Havelaar ontving geen last om 't Bestuur zyner Afdeeling voorloopig
overtegeven aan Verbrugge, en meende dus zyn opvolger te moeten
afwachten. Deze bleef lang uit omdat hy uit een geheel anderen hoek van
Java komen moest. Na byna drie weken wachtens schreef de gewezen
adsistent-resident van Lebak, die echter nog altyd als zoodanig was
opgetreden, den volgenden brief aan den kontroleur Verbrugge:๐
"Nยฐ 153 Rangkas-Betoeng, 15 April 1856.๐
Aan den Kontroleur van Lebak.[181]๐
Het is u bewust dat ik by Gouvernements Besluit van den 4den dezer,
Nยฐ 4, op myn verzoek eervol ben ontslagen uit 's Lands dienst.๐
Misschien ware ik in myn recht geweest, na de ontvangst van die
beschikking myn betrekking van adsistent-resident terstond
neerteleggen, daar het een anomalie schynt een funktie te vervullen
zonder ambtenaar te wezen.๐
Ik ontving evenwel geen aanschryving om myn betrekking overtegeven,
en gedeeltelyk uit besef van de verplichting myn post niet te
verlaten zonder behoorlyk afgelost te zyn, gedeeltelyk uit oorzaken
van ondergeschikt belang, wachtte ik de komst van myn opvolger af, in
de meening dat die ambtenaar spoedigโalthans deze maandโzou
arriveeren.๐
Thans verneem ik van u dat myn vervanger nog niet zoo spoedig kan
verwacht wordenโge hebt, meen ik, die tyding te Serang gehoordโen
tevens dat het den resident verwonderde dat ik, in de zeer byzondere
pozitie waarin ik verkeer, nog niet heb verzocht het Bestuur aan u te
mogen overdragen.๐
Niets kon my aangenamer zyn dan dit bericht. Want ik behoef u niet te
verzekeren dat ik, die verklaard heb niet anders te kunnen dienen dan
ik hier deed โฆ ik die voor deze wyze van dienen ben gestraft met
berisping, met een ruรฏneuze en deshonorante overplaatsing โฆ met den
last om de arme lieden te verraden die op myn loyauteit vertrouwden
โmet de keus alzoo tusschen oneer en broodsgebrek!โdat ik na dit
alles met moeite en zorg elk voorkomend geval te toetsen had aan myn
plicht, en dat de eenvoudigste zaak my zwaar viel, geplaatst als ik
was tusschen myn geweten en de principes van 't Gouvernement waaraan
ik trouw schuldig ben zoolang ik niet ontheven ben van myn ambt.๐
Deze moeielykheid openbaarde zich vooral by 't antwoord dat ik geven
moest aan klagers.๐
Eens toch had ik beloofd niemand te zullen overleveren aan de rankune
zyner hoofden! Eenmaal had ikโonvoorzichtig genoeg!โmyn woord ten
borg gesteld voor de rechtvaardigheid van 't Gouvernement.๐
De arme bevolking kon niet weten dat die belofte en die borgstelling
gedesavoueerd waren, en dat ik arm en onmachtig alleen stond met myn
zucht voor recht en menschelykheid.๐
En men ging met klagen voort!๐
Het was grievend, na de ontvangst der kabinetsmissive van 23 Maart,
dรกรกr te zitten als vermeende toevlucht, als machtelooze beschermer.๐
Het was hartverscheurend de klachten aantehooren over mishandeling,
uitzuiging, armoede, honger โฆ terwyl ikzelf nu met vrouw en kind
honger en armoede te-gemoet ga.๐
En ook 't Gouvernement mocht ik niet verraden. Ik mocht tot die arme
lieden niet zeggen: "gaat en lydt, want het Bestuur wil dat gy
gekneveld wordt!" Ik mocht myn onmacht niet erkennen, รฉรฉn als ze was
met de schande en de gewetenloosheid der raadgevers van den
Gouverneur-generaal.๐
Ziehier wat ik antwoordde:๐
"Terstond kan ik u niet helpen! Doch ik zal naar Batavia gaan, ik
zal den Grooten-Heer spreken over uw ellende. Hy is rechtvaardig,
en hy zal u bystaan. Gaat voorloopig rustig naar huis โฆverzet u
niet โฆverhuist nog niet โฆ wacht geduldig: ik denk, ik โฆ hoop
dat er recht zal geschieden!"๐
Zรณรณ meende ik, beschaamd over de schending myner toezegging van hulp,
myn denkbeelden in overeenstemming te brengen met myn plicht omtrent
het Bestuur dat my nog deze maand betaalt, en ik zou aldus tot de
komst van myn opvolger zyn voortgegaan, indien niet een byzonder
voorval my heden in de noodzakelykheid bracht aan die dubbelzinnige
verhouding een eind te maken.๐
Zeven personen hadden geklaagd. Ik gaf hun bovenstaand antwoord. Zy
keerden naar hun woonstede terug. Onder-weg ontmoet hen hun
dorpshoofd. Hy moet ze verboden hebben hun kampong weder te
verlaten, en nam zeโnaar men my rapporteertโhun kleederen af, om
hen te dwingen tehuis te blyven. รรฉn hunner ontsnapt, vervoegt zich
weder by my en verklaart: niet naar zyn dorp te durven terugkeeren.๐
Wat ik nu dien man moet antwoorden, weet ik niet!๐
Ik kan hem niet beschermen โฆ ik mag hem myn onmacht niet
bekennen โฆ ik wil 't aangeklaagd dorpshoofd niet vervolgen, daar
zulks den schyn zou meebrengen alsof deze zaak pour le besoin de ma
cause door my was opgerakeld: ik weet niet meer wat te doen โฆ๐
Ik belast u, onder nadere goedkeuring des Residents van Bantam,
vanaf morgen-ochtend met het bestuur der afdeeling Lebak.๐
De Adsistent-resident van Lebak,๐
Daarop vertrok Havelaar met vrouw en kind van Rangkas-Betoeng. Hy
weigerde alle geleide. Duclari en Verbrugge waren diep geroerd by 't
afscheid. Ook Max was aangedaan, vooral toen hy op de eerste
wisselplaats eene talryke menigte vond, die weggeslopen was uit
Rangkas-Betoeng om hem daar te begroeten voor het laatst.๐
Te Serang stapte de familie by den heer Slymering af, die haar met de
gewone indische gastvryheid ontving.[182]๐
's Avends kwam er veel bezoek by den resident. Men zeide zoo beteekenisvol
mogelyk, gekomen te zyn om Havelaar te begroeten, en Max ontving menig
welsprekenden handdruk โฆ๐
Maar hy moest naar Batavia om den Gouverneur-generaal te spreken โฆ๐
Dรกรกr aangekomen, liet hy om gehoor verzoeken. Dit werd hem geweigerd
omdat er een fytzweer was aan den voet van zyn Excellentie.๐
Havelaar wachtte tot die fytzweer genezen was. Toen liet hy andermaal
verzoeken gehoord te worden.๐
Zyn Excellentie "had het zoo druk dat zy zelfs aan den Direkteur-generaal
van financien een audientie had moeten weigeren" en kon dus ook Havelaar
niet ontvangen.๐
Havelaar wachtte tot zyn Excellentie zou heengeworsteld zyn door die
drukte. Intusschen voelde hy iets als nayver op de personen die aan zyn
Excellentie waren toegevoegd in den arbeid. Want hy werkte gaarne snel
en veel, en gewoonlyk smolten zulke "drukten" weg onder zyn hand.
Hiervan echter was nu natuurlyk geen spraak. Havelaars arbeid was
zwaarder dan arbeid: hy wachtte!๐
Hy wachtte. Eindelyk liet hy op-nieuw verzoeken om gehoord te worden.
Men gaf hem ten-antwoord "dat zyn Excellentie hem niet kon ontvangen,
wyl ze hierin verhinderd werd door de drukte van haar aanstaand
vertrek."๐
Max beval zich aan in de gunst van zyn Excellentie om รฉรฉn half uur
gehoor, zoodra er een kleine ruimte wezen zou tusschen twee "drukten."๐
Eindelyk vernam hy dat zyn Excellentie den volgenden dag vertrekken zou!
Dit was hem een donderslag. Nog altyd hield hy zich krampachtig vast aan
't geloof dat de aftredende Landvoogd eerlyk man, en โฆ bedrogen was.[183]
Een vierendeel uurs ware voldoende geweest om derechtvaardigheid zyner zaak
te bewyzen, en dit vierendeel uurs scheen men hem niet te willen geven.๐
Ik vind onder Havelaars papieren de minuut van een brief dien hy aan den
aftredenden Gouverneur-generaal schynt geschreven te hebben op den
laatsten avend voor diens vertrek naar 't moederland. Op den rand staat
met potlood aangeteekend: "niet juist" waaruit ik opmaak dat sommige
zinsneden by 't afschryven veranderd zyn. Ik doe dit opmerken, om niet
uit het gemis aan letterlyke overeenstemming van dit stuk, twyfel te
doen geboren worden aan de echtheid der andere officieele stukken die
ik meedeelde, en die allen door een vreemde hand voor eensluidend
afschrift zyn geteekend. Misschien heeft de man aan wien deze brief
gericht was, lust den volkomen-juisten tekst daarvan publiek te
maken.[184] Men zou door vergelyking kunnen zien hoever Havelaar is
afgeweken van zyn minuut. Zakelyk korrekt was de inhoud aldus:๐
"Batavia, 23 Mei 1856.๐
Excellentie! Myn ambtshalve by missive van 28 Februari gedaan verzoek
om aangaande de Lebaksche zaken te worden gehoord, is zonder gevolg
gebleven.๐
Evenzoo heeft Uwe Excellentie niet gelieven te voldoen aan myn
herhaalde verzoeken om audientie.๐
Uwe Exellentie heeft dus een ambtenaar die gunstig by het Gouvernement
bekend stondโdit zyn uwer Excellentie's eigen woorden!โiemand die
zeventien jaren het Land in deze gewesten diende, iemand die niet alleen
niets misdeed, maar zelfs met ongekende zelfverloochening het goede
beoogde en voor eer en plicht alles veil had โฆ zรณรณ iemand heeft Uwe
Excellentie gesteld beneden den misdadiger. Want dien hoort men
ten-minste.๐
Dat men Uwe Excellentie omtrent my misleid heeft, begryp ik. Maar dat
Uwe Excellentie niet de gelegenheid heeft aangegrepen om die misleiding
te ontgaan, begryp ik niet.๐
Morgen gaat uwe Excellentie van hier, en ik mag haar niet laten
vertrekken zonder nog eenmaal gezegd te hebben dat ik myn PLICHT
heb gedaan, GEHEEL-EN-AL MYN PLICHT, met beleid, met bezadigdheid,
met menschlievendheid, met zachtheid en met moed.๐
De gronden waarop gebazeerd is de afkeuring in Uwer Excellentie's
kabinetsmissive van 23 Maart, zyn geheel-en-al verdicht en
logenachtig.๐
Ik kan dit bewyzen, en dit ware reeds geschied, als Uwe Excellentie
my รฉรฉn half uur gehoor had willen schenken. Als Uwe Excellentie รฉรฉn
half uur tyd had kunnen vinden om recht te doen!๐
Dit is zoo niet geweest! Een deftig gezin is daardoor tot den
bedelstaf gebracht โฆ๐
Hierover evenwel klaag ik niet.๐
Maar Uwe Excellentie heeft gesanktioneerd: HET STELSEL VAN MISBRUIK
VAN GEZAG, VAN ROOF EN MOORD, WAARONDER DE ARME JAVAAN GEBUKT GAAT,
en dรกรกrover klaag ik.๐
Dร t schreit ten hemel!๐
Er kleeft bloed aan de overgegaarde penningen van uw dรนs ontvangen
indisch traktement, Excellentie![185]๐
Nog รฉรฉnmaal vraag ik om een oogenblik gehoor, zy het dezen nacht, zy
het morgen vroeg! En alweder vraag ik dit niet voor my, maar voor de
zaak die ik voorsta, de zaak van rechtvaardigheid en menschelykheid,
die tevens de zaak is van welbegrepen politiek.๐
Als uwe Excellentie het met haar geweten kan overeenbrengen, van hier
te vertrekken zonder my te hooren, het myne zal gerust zyn by de
overtuiging al het mogelyke te hebben aangewend om de treurige,
bloedige gebeurtenissen te voorkomen, die weldra 't gevolg zullen
wezen van de eigenwillige onkunde waarin de Regeering wordt gelaten
tenopzichte van hetgeen er omgaat onder de bevolking.[186]๐
Havelaar wachtte dien avend. Hy wachtte den gansche nacht.๐
Hy had gehoopt dat misschien verstoordheid over den toon van zyn brief
bewerken zou, wat hy vergeefs getracht had te bereiken door zachtheid en
geduld. Zyn hoop was ydel! De Gouverneur-generaal vertrok zonder
Havelaar te hebben gehoord. Er was weder een Excellentie ter-ruste
gegaan in 't moederland!๐
* * * * *๐
Havelaar doolde arm en verlaten rond. Hy zocht โฆ๐
Genoeg, myn goede Stern! Ik, Multatuli, neem de pen op. Ge zyt niet
geroepen Havelaars levensgeschiedenis te schryven. Ik heb u in 't leven
geroepen โฆ ik liet u komen van Hamburg โฆ ik leerde u redelyk goed
hollandsch schryven, in zeer korten tyd โฆ ik liet u Louise Rosemeyer
kussen, die in suiker doet โฆ het is genoeg, Stern, ge kunt gaan!๐
* * * * *๐
Die Sjaalman en zyn vrouw โฆ๐
Halt, ellendig produkt van vuile geldzucht en godslasterlyke femelary!
Ik heb u geschapen โฆ ge zyt opgegroeid tot een monster onder myn pen
โฆ ik walg van myn eigen maaksel: stik in koffi en verdwyn!๐
* * * * *๐
Ja, ik, Multatuli "die veel gedragen heb" neem de pen op. Ik vraag geen
verschooning voor den vorm van myn boek. Die vorm kwam my geschikt voor
ter bereiking van myn doel.๐
Dit doel is tweeledig:๐
Ik wilde in de eerste plaats het aanzyn geven aan iets dat als heilige
poesaka zal kunnen bewaard worden door kleinen Max en zyn zusje, als
hun ouders zullen zyn omgekomen van ellende.๐
Ik wilde aan die kinderen een adelbrief geven van myne hand.๐
En in de tweede plaats:ik wil gelezen worden.๐
Ja, ik wil gelezen worden! Ik wil gelezen worden door staatslieden, die
verplicht zyn te letten op de teekenen des tyds.. door letterkundigen,
die toch ook eens 't boek moeten inzien waarvan men zooveel kwaads
spreekt โฆ door handelaren, die belang hebben by de koffiveilingen โฆ
door kameniers, die me huren voor weinige centen โฆ door
Gouverneurs-generaal in-ruste โฆ door Ministers in bezigheid[187] โฆ
door de lakeien van die Excellentien โฆ door bidpredikers, die more
majorum zullen zeggen dat ik den Almachtigen God aantast, waar ik
slechts opsta tegen 't godje dat zy maakten naar hun beeld โฆ door
duizenden en tienduizenden van exemplaren uit het droogstoppelras,
dieโvoortgaande hun zaakjes op de bekende wys te behartigenโ't hardst
zullen meeschreeuwen over de mooijigheid van m'n geschryf[188] โฆ door
de leden der Volksvertegenwoordiging, die weten moeten wat er omgaat in
't groote Ryk over zee, dat behoort tot het Ryk van Nederland โฆ๐
Ja, ik zal gelezen worden!๐
Als dit doel bereikt wordt, zal ik tevreden zyn. Want het was me niet te
doen om goed te schryven โฆ ik wilde zรณรณ schryven dat het gehoord
werd. En, even als iemand die roept: "houdt den dief!" zich weinig
bekommert over den styl zyner geรฏmprovizeerde toespraak aan 't publiek,
is 't ook my geheel om 't even hoe men de wyze zal beoordeelen waarop ik
myn "houdt den dief" heb uitgeschreeuwd.๐
"Het boek is bont โฆ er is geen geleidelykheid in โฆ jacht op effekt
โฆ de styl is slecht โฆ de schryver is onbedreven โฆ geen talent โฆ
geen methode โฆ๐
Goed, goed, alles goed! Maar โฆ DE JAVAAN WORDT MISHANDELD!๐
Want: wederlegging der HOOFDSTREKKING van myn werk is onmogelyk!
[189]๐
Hoe luider overigens de afkeuring van myn boek, hoe liever 't my wezen
zal, want des te grooter wordt de kans gehoord te worden. En dit
wil ik!๐
Doch gy, die ik stoor in uw "drukten" of in uw "rust" gy Ministers en
Gouverneurs-generaal, rekent niet te zeer op de onbedrevenheid myner
pen. Ze zou zich kunnen oefenen, en met eenige inspanning misschien
geraken tot een bekwaamheid die ten-laatste zelfs de waarheid zou doen
gelooven door 't Volk! Dan zou ik aan dat Volk een plaats vragen in de
Vertegenwoordiging[190] al ware 't alleen om te protesteeren tegen
certifikaten van rechtschapenheid, die door Indische specialiteiten
vice versa worden uitgereikt[191] misschien om op 't vreemd denkbeeld
te brengen dat men zelf waarde hecht aan die hoedanigheid โฆ๐
Om te protesteeren tegen de eindelooze expeditien en heldendaden tegen
arme ellendige schepsels, die men vooraf door mishandeling dwong
tot opstand.๐
Om te protesteeren tegen de schandelyke lafhartigheid van cirkulaires
die de eer der Natie schandvlekken door 't inroepen van publieke
liefdadigheid voor de slachtoffers van kronischen zeeroof.[192]๐
't Is waar, die opstandelingen waren uitgehongerde geraamten, en die
zeeroovers zyn weerbare mannen!๐
En als men my die plaats weigerde โฆ als men my by voortduring niet
geloofde โฆ๐
Dan zou ik myn boek vertalen in de weinige talen die ik ken, en in de
vele talen die ik leeren kan, om te vragen aan Europa, wat ik
vruchteloos zou hebben gezocht in Nederland.๐
En er zouden in alle hoofdsteden liederen worden gezongen met refreinen
als dit: er ligt een roofstaat aan de zee, tusschen Oostfriesland en
de Schelde!๐
En wanneer ook dit niet baatte?๐
Dan zou ik myn boek vertalen in 't maleisch, javaansch, soendasch,
al-foersch, boegineesch, battaksch โฆ๐
En ik zou klewang-wettende krygszangen slingeren in de gemoederen van
de arme martelaren wien ik hulp heb toegezegd, ik, Multatuli.๐
Redding en hulp, op wettelyken weg, waar het kan โฆ op wettigen weg
van geweld, waar het moet.๐
En dit zou zeer nadeelig werken op de Koffiveilingen van de Nederlandsche
Handelmaatschappy![193]๐
Want ik ben geen vliegenreddende dichter, geen zachtmoedige droomer,
zooals de getrapte Havelaar die zyn plicht deed met den moed van een
leeuw, en honger lydt met het geduld van een marmot in den winter.๐
Dit boek is een inleiding โฆ๐
Ik zal toenemen in kracht en scherpte van wapenen, naarmate het noodig
zal wezen โฆ๐
God geve dat het niet noodig zy!๐
Neen, 't zal niet noodig zyn! Want aan U draag ik myn boek op, Willem
den derden, Koning, Groothertog, Prins โฆ meer dan Prins, Groothertog
en Koning โฆ KEIZER van 't prachtig ryk van INSULINDE dat zich daar
slingert om den evenaar, als een gordel van smaragd โฆ๐
Aan U durf ik met vertrouwen vragen of 't uw keizerlyke wil is:๐
Dat Havelaar wordt bespat met den modder van Slymeringen en
Droogstoppels?๐
En dat daarginds Uw meer dan dertig millioenen onderdanen worden
MISHANDELD EN UITGEZOGEN IN UWEN NAAM?[194]๐
* * * * *๐